Interview – Stefan Nieuwenhuis

Stefan Nieuwenhuis is de hoofdredacteur van het tijdschrift (‘Noem het níet absurdistisch’) Van Speijk, dat al sinds 1996 verschijnt. Een prachtig zwart-wit blad dat een onregelmatig verschijningsschema kent, maar ieder nummer weer garant staat voor intelligente onzin en zelfs aan de wieg heeft gestaan van de volksrellen te Meppel in 1996.

Wat trok je aanvankelijk aan in cartoons maken? Hoe is die interesse geëvolueerd tijdens je carrière?

‘Mijn eerste cartoons publiceerde ik in 1992, in eigen beheer uitgegeven natuurlijk. Veertig pagina’s vol cartoons, kriskras over de bladzijde: ‘Het geheim van het geheim van opa’s valluiken’ van Stefke Mirakel. Een vreselijk flauwe naam, het is de Belgische Stevie Wonder, of zoiets. Maar ja, je zit eraan vast hè. Net als al die andere mafketels met van die idiote pseudoniemen. Het is een beetje hetzelfde als een tattoo van het logo van Yes op je schouder. Na je achttiende vind je symfo suf en loop je voor lul.
Blijft eigenlijk nog best veel van over als ik het werk nu terugzie. De grapjes en ingevingen waren nog niet eens zo slecht. Ik had toen al veel mazzel. Toch is er iets, ik kan namelijk geen diepte tekenen. Een mannetje voor een huis ziet er bij mij raar uit: alsof hij het op z’n rug draagt. Daarom ben ik in de poppetjes blijven hangen en ben ik eigenlijk een vrij waardeloze tekenaar, hoewel vrinden zeggen dat het zijn charme heeft.
Ik maak cartoons omdat ik het leuk vind om te tekenen, meer is het niet. Als ik de wereld had willen verbeteren, was ik wel activist geworden. Met een hond.’

Zijn er andere aspecten van tekenen die je nog zou willen verkennen?

‘De hoogte maal de breedte en dan vooral maal de diepte.’

Welke creatieve invloeden hebben de grootste invloed op je gehad?

‘Ik vond Biebel altijd erg leuk. Die handen waren te gek en de verhalen echt grappig. Met Reggie en Freddie de Yucca. Daar heb ik veel uit nagetekend. In mijn strips stonden altijd planten op de grond achter de poppetjes om de suggestie te wekken dat ze binnen stonden. Later tekende ik dan een raam achter de mannetjes, gewoon in de lucht. Leek het nog meer op een indoor event. Dat was een grote invloed op mijn denken.
En toen kwam Gary Larson’s Far Side, een eye opener van jewelste. En de Russische literatuur, met name Daniil Charms die ik voor het eerst las in een stripbewerking van Paul Bodoni. Toen wist ik het zeker.’

Welke genres zou je nog willen verkennen als tekenaar? Wat is je volgende project?

‘Ik ben nu voornamelijk met ruimtevaartstrips bezig. De avonturen van Han Bolo zijn dan wel erg succesvol, ze trekken wel een flinke wissel op mijn tekenvaardigheden. Ik wil daarom graag weer meer down-to-earth bezig gaan. Ik wil een ecologische strip maken over een ideale samenleving en hoe die met de wereld omgaat. Ik noem het ‘In harmony’ maar verder kan en wil ik er nog niets over kwijt.’

Op wat in je carrière ben je tot nu toe het meest trots?

Dan liever de lucht in, de bundeling van het beste uit de eerste acht jaar Van Speijk, bij uitgeverij Vassallucci. Daar heb ik veel plezier aan gehad. Zo’n boek mag er gerust nog eens komen.’

Hoe ben je begonnen?

‘Toen ik tien was, met een penvriendje uit Friesland, strips tekenen en naar elkaar opsturen. De avonturen van Peter, een houterig mannetje met een veel te grote neus. In een kolenmijn en iets met een boot, als ik het me goed herinner. Jakko en ik hadden een studio, SteKo. Die naam was een van mijn beste vondsten ooit. Toen ik twaalf was begon ik met een ander vriendje een amateurstripblad, Kartoen. Was hartstikke leuk. We hadden een rode steunkleur op de cover. Zag er keurig uit. Toen ik vijftien was ben ik voor mezelf begonnen met Fresco, dat eind jaren tachtig verscheen. Zestien nummers gemaakt, die op een gegeven moment werden meegestuurd met Zozolala, dus Fresco lag in heel veel winkels. Dat was echt super van die lui. Ik hoefde alleen maar een paar doosjes van de drukker naar de Noorman te slepen.
In Fresco stonden best veel toffe tekenaars, zoals Jan Vriends, Wout Paulussen, Steven Dupré, Marcel Magniette, Michiel de Jong, Maarten Janssens, Kees de Boer, Gleever en weet ik veel wie nog meer. En dat allemaal in de tijd van Duran Duran en You don’t have to take your clothes off. Mooie tijd was dat.
In 1996 begon ik met Van Speijk, met strips van mezelf natuurlijk. Al heel snel ook van de good-old chaps Rob Derks en Sam Peeters. Die doen altijd mee, echte kameraden. Maar natuurlijk ook de tientallen andere tekenaars die mee hebben gedaan, ze zijn me allen even dierbaar. En nieuwe dierbaren zijn altijd welkom, dat weet je hè?’

Wat was je grote doorbraak?

‘Nooit Grappig op 3FM. Dat opende deuren. Ineens ben je die jongen van de radio en van die scheurkalender. En van de grapjes. Behoorlijk ideaal, al is het wat eenzijdig na verloop van tijd.’

Wat heb je op moeten offeren voor je kunst?

‘Een negen tot vijf baan met een dertiende maand, pensioenopbouw en de zekerheid van een toekomst met collega’s.’

Welk liedje beschouw je als de soundtrack van jouw leven?

‘Mah-na mah-na.’

Heb je de laatste tijd iets cultureels gedaan?

‘Ik haat culturele dingen met publiek erbij. Ik erger me mateloos aan mensen bij culturele voorstellingen. Ze zitten altijd overal doorheen te praten. Podiumkunst kan me om die reden gestolen worden. Dus in antwoord op de vraag: ja, ik lees veel boeken en strips, en draai daarbij graag elpees.’

Ben je modieus?

‘Voor mijn doen wel. Ik koop zo af en toe een kleurig accessoire, zoals een riem of schoenen, om ervoor te zorgen dat ik niet heel erg op Ko de Boswachter lijk, qua kleurbeleving. Dat slaagt eigenlijk altijd.’

Lijd jij voor je kunst?

‘Ja en nee, denk ik.’

Wat is je favoriete gebouw?

‘Dat grote voormalige zendgebouw bij Radio Kootwijk.’

Kan kunst de wereld veranderen?

‘Als Justin Timberlake het kan, kan de kunst het zeker.’

Wat is je favoriete cartoon?

‘Die is van de Duitse cartoonist Hans Traxler. Je ziet Columbus in zijn slaapkamer staan, zijn vrouw ligt in bed, bloot, hij opent de kastdeur: Nachdem Columbus Amerika entdeckt hatte, entdeckte er Luigi.’

Wat is de grootste bedreiging voor het cartoonisme?

‘Internet. Tegenwoordig wordt het internet volgescheten met slechte grappen en stomme cartoons. We zijn de natuurlijke rem kwijt. Oefenen hoeft niet meer, een keuze maken ook niet, gooi het maar online. Vreselijk.’

Welk advies zou je een beginnende cartoonist geven?

‘Rat zu geben, ist das dümmste Handwerk, das einer treiben kann. En dan zou ik kijken naar zijn of haar reactie.’

Wat vind je het allergrootste kunstwerk?

‘Unique forms of continuity van Umberto Boccioni.’

Wat is het beste advies dat iemand je ooit gegeven heeft?

“Stel je niet zo aan”.

Wat is het ergste dat iemand ooit tegen je heeft gezegd?

“Leuk wat jij doet, ik doe ook aan cabaret”

Wat is het belang van cartoons?

‘Tijdwinst.’

Wat voor soort slaper ben je?

‘Eentje met de voorkeur voor een nachtrust van negen uur.’

Lees ook:Interview: Kapreles – Waar cartoons en kunst elkaar kruisen
Lees ook:Interview – De Mondcartoonist
Lees ook:Interview – Mars Gremmen
Lees ook:Interview met cartoonist Guur
Lees ook:Afscheidsinterview Norman

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.