Interview – De Mondcartoonist

Iedere maand staan ze in het Straatjournaal, de vlijmscherpe prenten van iemand die signeert met ‘De Mondcartoonist’. Een tekenaar die een unieke positie in het Nederlandstalige cartoonlandschap inneemt. Niet alleen weigert hij zijn ware naam prijs te geven, hij is ook de enige cartoonist die – voor zover bekend bij de redactie van Cartoonblog – niet met zijn handen, maar met zijn mond tekent. Cartoonblog zocht hem op om te ontdekken of hij behalve tekeningen ook scherpe antwoorden leveren kan met zijn mond.

Wat trok je aanvankelijk aan in cartoons maken? Hoe is die interesse geëvolueerd tijdens je carrière?

‘Ik wilde al heel lang ‘iets’ met mijn mond doen. Mijn mond heeft altijd een grote aantrekkingskracht op mij uitgeoefend. Zonder mond zou ik niet kunnen leven. Nadat ik het achtereenvolgens als Mondhoefsmid, Mondschoenenlapper en Mondwielrenner had geprobeerd, raadde mijn vriend Fritz Behrendt mij aan het eens als Mondcartoonist te proberen. Een schot in de roos, mag ik wel zeggen. Vanaf de eerste lijnen die ik zette was duidelijk dat ik geboren was om een mondcartoonist te zijn.’

Zijn er andere aspecten van tekenen die je nog zou willen verkennen?

‘Ik heb wel eens geprobeerd een piratenavontuur met mijn voeten te tekenen, maar wist de spanningsboog in mijn vertelling slechts tot op driekwart te bewaren. Ik geef het je te doen! Nee hoor, laat mij maar lekker cartoons met mijn mond tekenen.’

Welke creatieve invloeden hebben de grootste invloed op je gehad?

‘Ik weet niet of dit onder ‘creatieve invloed’ valt, maar het opgroeien onder het juk van de Duitse bezetter, tijdens de Tweede Wereldoorlog, is van een enorme impact op mij geweest. De effecten van de holocaust denderen nog iedere dag door in mijn mondcartoons. Maar, let wel, op de achtergrond! Vermaak van mijn publiek staat bij mij voorop.’

Welke genres zou je nog willen verkennen als tekenaar? Wat is je volgende project?

‘Als Mondcartoonist kent het publiek mij natuurlijk als de man van de gulle lach, de spitse vondsten en de rake typeringen van het Nederland anno nu. Weinig mensen lijken te beseffen dat in deze oude clown een huilebalk schuilgaat. Ik wil vanaf volgend jaar, nadat mijn nieuwe bundel ‘Waar het hart vol van is…‘ verschenen is, eindelijk plaats maken voor de grote emoties in mijn werk.’

Op wat in je carrière ben je tot nu toe het meest trots?

‘Dat ik in 1977 tijdens een strandvakantie in Oostende een jonge wafelverkoper met artistieke ambities onder mijn hoede nam. Hoewel de jongen geen enkel talent had voor het tekenen met zijn mond, is hij later als ‘Kamagurka’ prima terecht gekomen. Nadat hij mijn stijl gejat had. Hm, eigenlijk ben ik daar toch niet zo trots op, bedenk ik me nu. Eerder een beetje verdrietig.’

Hoe ben je begonnen?

‘Soms is het leven simpel. Ik stak een kroontjespen in mijn mond en de ideeën vloeiden uit mijn hoofd op het papier.’

Wat was je grote doorbraak?

‘Toen ik tijdens het huwelijk van Prins Claus en – toen nog – prinses Beatrix met mijn mond een portret van de geliefden mocht maken.’

Wat heb je op moeten offeren voor je kunst?

‘Ik heb jicht in mijn kaakspieren.’

Welk liedje beschouw je als de soundtrack van jouw leven?

‘Bohemian Rhapsody van Queen.’

Heb je de laatste tijd iets cultureels gedaan?

‘Ik ben De Mondcartoonist. Iedere vezel van mijn wezen is een cultureel hoogstandje van jewelste.’

Ben je modieus?

‘Natuurlijk ben ik, De Mondcartoonist, modieus. Ik kleed mij als een héér. In tegenstelling tot handcartoonisten, die vaak lodderige vodden dragen. Bengels en uitvretende vlegels zijn het.’

Lijd jij voor je kunst?

‘Als ik al lijd dan is het aan een gebrek aan erkenning. Mensen weigeren je serieus te nemen wanneer je met je mond tekent, terwijl het een zóveel puurdere vorm van cartoonisme is. Er is een directere lijn tussen hoofd en pen, mondcartoons zijn de ware uitvloeisel van de cartoonistenziel.’

Wat is je favoriete gebouw?

‘De Dom van Utrecht. Deze heeft mij dan ook geïnspireerd tot een, al zeg ik het zelf, hilarisch werk.’

Kan kunst de wereld veranderen?

‘Jazeker. Neem nu, bijvoorbeeld, mijn mondcartoons. Sinds ik mondcartoons maak, is er in Nederland geen oorlog meer geweest.’

Wat is je favoriete cartoon?

‘Het is lastig om uit een zo’n imposant oeuvre als het mijne te kiezen, maar dan denk ik toch mijn eier-prent.’

Wat is de grootste bedreiging voor het cartoonisme?

‘Conservatisme. En dan vooral in de beroepsgroep zelf. Aspirant tekenaars weigeren hun tekenpen in, ik noem maar wat, hun mond te steken en blijven de pen maar tussen hun vingers laten.’

Welk advies zou je een beginnende cartoonist geven?

‘Plant die pen tussen je kaken en leeft, jongeling. Lééft!’

Lees ook:Interview: Kapreles – Waar cartoons en kunst elkaar kruisen
Lees ook:Interview – Mars Gremmen
Lees ook:Interview met cartoonist Guur
Lees ook:Interview – Stefan Nieuwenhuis
Lees ook:Afscheidsinterview Norman

Eén reactie op “Interview – De Mondcartoonist

  1. Dick Matena

    Kijk, hier word ik nu vrolijk van. Mijn goede oude vriend de Mondcartoonist wordt eens in een fraai daglicht gezet. Chapeau!

      /   Beantwoorden  / 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.